Bij Defensie kreeg ik de leiding over een migratie die op papier simpel klonk: verhuis de infrastructuur van de afdeling van ongeclassificeerd naar Departementaal Vertrouwd (DepV).
In de praktijk betekende dit: verhuis servers, herstructureer netwerken, pas toegangscontroles aan, en zorg dat meerdere projecten met totaal verschillende eisen allemaal mee konden. In vier maanden.
Maar het technische deel was het makkelijkste.
Het echte werk
De migratie raakte niet alleen onze afdeling. Verschillende projecten binnen de organisatie gebruikten dezelfde infrastructuur — en elk project had een eigen planning, eigen prioriteiten, en een eigen projectleider die liever niet geraakt werd door “iemands migratie.”
Dus voordat ik ook maar één server aanraakte, bracht ik weken door in vergaderzalen. Niet om techniek te bespreken — maar om mensen aan boord te krijgen.
De gesprekken gingen ongeveer zo:
“Ik snap dat jullie nu midden in een release zitten. Maar als we nu samen plannen, zorgen we dat de migratie om jullie planning heen werkt. Ik wil niet dat jullie last hebben van mijn project. Ik wil dat jullie er beter van worden.”
Dat is geen loze kreet. Ik meende het. En het werkte.
Elk project kreeg inzicht in het migratieplan. Elke projectleider mocht meedenken over de timing. Niemand werd verrast. Langzaam veranderde de dynamiek van “Caner komt ons werk verstoren” naar “dit is ook in ons belang.”
De technische kant (want die was er ook)
Terraform om de nieuwe omgeving als code te definiëren. Ansible om configuraties consistent uit te rollen. VMware met VSAN en VMotion zodat we workloads konden verplaatsen zonder downtime. VEEAM en Velero voor backups en disaster recovery.
Alles werd eerst getest in een spiegelsituatie. Daarna live. Elke stap had een rollback-plan. Want bij Defensie is “oeps” geen acceptabele statusupdate.
De migratie zelf verliep zoals gepland. Vier maanden. Op schema. Zonder incidenten die impact hadden op de operatie.
Maar dat was niet waar ik het meest trots op was.
Wat ik leerde
Mensen overtuigen begint met luisteren. De grootste weerstand kwam niet vanuit onwil maar vanuit onzekerheid: “wat betekent dit voor mijn project?” Zodra mensen zagen dat hun planning gerespecteerd werd, verdween de weerstand.
Samenwerking is een vaardigheid die je kunt oefenen. Ik had geen formele macht over de andere projecten. Ik kon niemand dwingen. Dus moest ik overtuigen. En overtuigen doe je niet met “want ik zeg het” — het doe je met “dit is waarom het ook voor jou beter is.”
Een migratie is pas geslaagd als de relaties beter zijn dan ervoor. De technische kant was op tijd klaar. Maar de echte winst was dat de afdeling en de andere projecten ná de migratie beter samenwerkten dan ervoor. We hadden samen iets gedaan wat ons allemaal raakte — en het was goed gegaan. Dat bouwt vertrouwen voor de volgende keer.
Dit project leerde me dat platform engineering niet eindigt bij de techniek. Het eindigt bij de mensen die het platform gebruiken. Als zij niet mee zijn, heb je niks gebouwd.